Hebreeuws

Les 1

Schrift en klankleer 1

Het alfabet en het schrift
Het Hebreeuwse alfabet telt 22 letters en bestaat zoals vele andere Semitische talen, alleen uit medeklinkers. Dit houdt natuurlijk niet in dat het Hebreeuws geen klinkers kent. Er is een tekensysteem ontwikkeld om de uitspraak van klinkers weer te geven.
Er zijn verschillende soorten tekens die het Hebreeuws alfabet vormen. Een belangrijk verschil met het Nederlands is dat het Hebreeuws van rechts naar links wordt geschreven en gelezen. Verder komen hoofdletters niet apart voor. Enkele letters worden aan het einde van een woord anders geschreven. Dit zijn de zogenaamde slotletters. U vindt deze letters in het overzicht van het alfabet. Bij sommige letters namelijk zijn twee tekens gegeven. De tweede letter, de linker letter, is de slotletter.

Opmerkingen:
De ğimel - ג - ğ of g heeft een uitspraak als de g in het Franse "grand'.
De chet - ח - ḥ, heeft een uitspraak als de g in het Nederlandse "gaan"
De tet - ט - ṭ, heeft een uitspraak als t.
De letters א en ע worden door de meeste mensen niet uitgesproken, maar wel getranscribeerd met resp. de tekens 'en'. (In les twee gaan we dieper op de bijzonderheden van deze letters in, namelijk bij de behandeling van de keelletters.)
De dubbele uitspraak van de letters ב, כ, פ wordt behandelt in les twee.
De uitspraak van de ש wordt bepaald door de plaats van de punt op deze letter. De שׂ (punt links) wordt uitgesproken als een s, en getranscribeerd als ś. De שׁ (punt rechts) wordt uitgesproken als sj (of sch) en wordt met sj (of š) g getranscribeerd.

Het alfabet

Naam quadraatschrift transscriptie getals-waarde
'alef א ' 1
bet ב b,v 2
ğimel ג ğ 3
dálet ד d 4
he ה h 5
waw ו w 6
zájin ז z 7
chet ח 8
tet ט 9
jod י j 10
kaf כ,ךְ k,ch 20
lámed ל l 30
mem מ,ם m 40
nun נ,ן n 50
sámech ס s 60
'ájin ע ' 70
pe פ,ף p,f 80
tsáde צ,ץ ts 90
qof ק q 100
resj ר r 200
sjin/sin ש sj,ś 300
taw ת t 400

Onder transcriptie verstaat men het weergeven van de Hebreeuwse letters door de ons Latijnse letters, Bijvoorbeeld ד - dalet, wordt als d getranscribeerd. בּ = b, ב - v, כּ = k, כ = ch, פּ = p, פ = f, שׁ = sj, שׂ = ś, ךְ = ch, ף = f.
Bij de transcriptie van vreemde leenwoorden in het Hebreeuwse alfabet heeft ook een getalswaarde. De teken א t/m י hebben de waarde van resp. 1 t/m 10; vanaf י t/m ק loopt het resp. op met 10-tallen, terwijl het vanaf ק t/m ת met resp. 100-tallen verder gaat.
Over het algemeen gebruikt men in het dagelijks leven en in het bijzonder voor zakelijke aangelegenheden de Arabische cijfers, zoals ook in het Nederlands gebruikelijk is. In literaire werken en vooral in religieuze geschriften worden meestal de Hebreeuwse letters als cijfers gebruikt. Men gebruikt b.v. de letters van het alfabet in plaats van getallen in de joodse kalender voor datum en jaartallen, maar ook in Hebreeuwse boeken voor nummering van de bladzijden.

Wij laten u nu enkele voorbeelden zien van woorden en zinnen geschreven in quadraatschrift. (Denkt u eraan dat u van rechts naar links moet lezen.)

אני - יום - מלך - בית - סוס -
כן - תמיד - ארץ - שלחן - איש -


De klinkertekens
In de periode tussen het einde van de 8ste eeuw en het begin van de 10de eeuw na Chr.werd door joodse geleerden (masoreten) een tekensysteem ontwikkeld om de uitspraak van de klinkers aan te duiden en vast te leggen. Men deed dit om te voorkomen dat de oorspronkelijke uitspraak van het Hebreeuws vergeten zou worden. Het systeem bestaat uit 7 klinkertekens, die elk een klinker aanduiden en (op een enkele uitzondering na) altijd na de medeklinker waar zij bij staan wordenuitgesproken.
De klinkertekens worden onder de lettertekens geplaatst (daarom heet dit een sublineair systeem) met uitzondering van de golem, die links boven het letterteken wordt geplaatst. In het moderne drukschrift gebruikt men deze klinkertekens niet, behalve bij poëzie en bij onbekende eigennamen (dit omeen verkeerde uitspraak te voorkomen.)
De 7 basis-klinkertekens zijn:
(het rondje staat voor een willekeurige letter)

naam teken transcriptie uitspraak
qāmats; qāmets
patāg
sèğol
tsere
girieq; gireq
golām; golem
qoebboets
ָ
ַ
ֶ
ֵ
ִ
ֹ ֹ
ֻ
ā
a
è
e
i
o
oe
lange a (soms o)
korte a
korte e
e
korte i
o
oe

Om te tonen hoe deze klinkertekens functioneren, schrijven wij ze samen met de letter ב en laten de transcriptie volgen:

בָּ - bā; בַּ - ba; בֶּ - bè; בֵּ - be;
בִּ - bi; בֹּ - bo; בֻּ - boe.  


Laat men op בַּ nu bijvoorbeeld de ת volgen, dan krijgt men בַּת - bat = dochter.
Laat men op בֵּ nu bijvoorbeeld de (slot) ן volgen, dan krijgt men בֵּן - ben = zoon.

Opmerking:
Als u ooit in Israël komt, zult u merken dat de uitspraak van de tsere en de golām niet altijd hetzelfde is.

Naast de 7 basis-klinkertekens komen ook voor:
י ִ = delange ie, zoals b.v. in מִיץ - miets = sap
וּ = de lange oe, de sjoeroek, zoals b.v. in סוּס - soes = paard
וֹ = o, in de uitspraak gelijk aan de golām zoals bijvoorbeeld in יוֹם - jom = dag.

De spelling
Er zijn in het Hebreeuws twee manieren om woorden te spellen.
1. De klassieke spelling die gehanteerd wordt bij gevovaliseerde teksten en gebaseerd is op de bijbelse spelling en grammatica.
2. De volledige, plene spelling. Deze spelling wordt vooral gebruikt bij ongevocalisserde teksten. In de volledige spelling worden de klinkers "0" en "oe" aangegeven met de letter "waw" (וֹ = 0; -וּ = oe). De letter "jod" wordt gebruikt bij de klinkers "i" en "e" (י ִ = ie; י ֵ = ej). Dit wordt niet in alle gevallen toegepast, maar volgens bepaalde regels.

De regels voor deze spelling werden in april 1968 vastgesteld door de Akademie van de Hebreeuwse Taal en zijn hier te vinden in les 3 pag. 7. In het woordenboek, dat speciaal voor deze cursus werd samengesteld, vindt men meestal beide spellingen.

Transcriptie van de woorden

בַּת - bat - dochter, meisje
יֶלֶד - jèlèd - kind, jongetje
בֹּקֶר - boqèr - ochtend, morgen (m.)
עִיר - 'ier - stad (vr.)
יָד - jād - hand (vr.)
רֹאשׁ - ro'sj - hoofd (m.)
כֵּן - ken - a) ja, wel; b) zo ook (lit.)
יֵשׁ - jesj - er is, er zijn
מַה - mah - wat
מִי - mie - wie
גָּדוֹל - ğādol - groot
עֵץ - 'ets - boom, hout (m.)
זֶה - zèh - deze, dit (m. ev.)
אִישׁ - 'iesj - man, mens, persoon
לֶחֶם - lèḥèm - brood
סוּס - soes - paard (m.)
יוֹם - jom - dag (m.)
לֹא - lo' - niet, neen
נֵר - ner - kaars (m.)
דָּוִיד - Dāwied - David
אֵם - 'em - moeder
בַּיִת - bajit - huis (m.)
פֹּה - poh - hier
זֹאת - zo't - deze, dit (vr. ev.)

 

Terug