Hebreeuws

Les 2

Ivriet

Schrift en klankleer 2

De sjewa שְׁוָא
De sjewa is een belangrijk teken in het Hebreeuwse uitspraaksysteem (= vocalisatie).

Naam Teken transcriptie Uitspraak
sjewa
:
e
de e als in "de"

De sjewa heeft een tweevoudige functie:
1. Het aangeven van een bijna toonloze e, als in het Nederlandse woordje "de". Deze hoorbare sjewa wordt getranscribeerd met een "e", die iets hoger dan de overige letters geplaatst wordt.
Voorbeeld: שְׁוָא - sjᵉwā' .

2. Het aangeven van de afwezigheid van een klinker. Dit is een stomme sjewa die niet getranscribeerd wordt.

Regels voor uitspraak en functie van de sjewa:
1. Een sjewa aan het begin van een woord wordt altijd uitgesproken.
B.v. מְאֹד - mᵉ'od; רְחוֹב rᵉḥov

2. Een sjewa aan het begin van een lettergreep wordt altijd uitgesproken. Open lettergrepen eindigen op een lange klinker (ָ ; ֵ ; י ִ ;וּ ;וֹ), zodat de sjewa na een lange klinker hoorbaar is.
B.v. לוֹמְדִים - lomᵉdiem

3. Gesloten lettergrepen eindigen op een stomme sjewa. Wanneer midden in een woord twee sjewa's onmiddelijk op elkaar volgen, is de eerste stom terwijl de tweede wordt uitgesproken.
B.v. יִשְׁמְרוּ - jisjᵉroe

4. Na een korte klinker (ִ ַ ֶ ֻ en een kleine qamatsָ) komt altijd een stomme sjewa die de lettergreep sluit.
B.v. simlāh - שִׂמְלָה malkāh - מלְכָּה; Esther - אֶסְתֵּר; Isrā'el - ישׂרָאֵל; sjoelḥān - שֻׁלְחָן; qorbān - קָרבָּן

5. Wanneer er midden in een woord een dagesh (een punt binnenin een letter) komt en in dezelfde letter een sjewa - na een korte klinker - dan is de dagesh een verdubbelende dagesh en de sjewa is hoorbaar.
B.v. מְדַבְּ־בְּרים = mᵉdabbᵉriem; דִבְּרָה - dibbeᵉrāh.
Door de verdubbeling zijn er twee sjewa's samengetrokken. De eerste is een stomme sjewa die de lettergreep sluit en de tweede opent de lettergreep die er op volgt. In feite wordt maar een letter en een sjewa geschreven die hoorbaar is.

6. Een sjewa aan het eind van een woord is altijd stom.
B.v. sjāmart - שׁמַרְתְּ

7. Er mogen nooit twee sjewa's aan het begin van een woord komen. Wanneer voor een woord dat met een sjewa begint een voorvoegsel met sjewa geplaatst moet worden, verandert de sjewa van het voorvoegsel in een andere klinker.
B.v. כִּשְׁלֹמֹה = בְּ + שְׁלֹמֹה; בִּגבוּרָה = בְּ + גְּבוּרָה
וּדְבוֹרָה = וְ + דּבוֹרה; לרפָאֵל = לְ + רְפאל

Keelletters
De א , ה , ח , ע zijn keelletters. (Sommigen rekenen ר hier ook bij.) Deze typisch Semitische klanken zijn voor een westerling zeer moeilijk na te bootsen. De klank van de א zou men kunnen vergelijken met de z.g. glottisslag, die b.v. gehoord wordt in het woord bndigen. De ע is nog moelijker uit te spreken; deze klank wordt nl. voortgebracht door het snel sluiten en openen van de slotklep. De oriëntaalse joden hebben geen moeite met deze klanken, voor westerlingen is het erchter zeer lastig.
De oriëntaalse joden (d.w.z. degenen die uit landen komen waar men Arabisch spreekt en hun kinderen) zijn degenen, die het Ivriet de keelletters kunnen uitspreken. De ע spreken zij uit als een zeer diepe keelklank, evenals de ח. De overige Ivrietsprekende mensen spreken de ע niet uit, evenmin als de א , terwijl de ח als een g wordt uitgesproken.

In deze cursus worden de א en de ע niet uitgesproken, hoewel wél getranscribeerd (transcriptie א = ' ; ע = `); de ה (transcriptie h) wordt als een h uitgesproken en de ח (transcriptie ḥ) als g, zoals praktisch alle Israëli's dat doen (behalve dus de Israëli's van oriëntaalse afkomst).

De keelletters hebben, evenals de ר, de eigenschap dat zij niet verdubbeld kunnen worden (zie "Dagesh" hierna en ook in les 5).
Bovendien wordt bij de keelletters ע ,ח ,ה ,א nooit een sjewa geplaatst. Bij deze letters wordt de sjewa vervangen door een gatāf klinker (zie les 3).

"Lees Moeders"
De letters א ,ה ,ו ,י kunnen behalve de functie van medeklinkers ook een functie hebben van "lees moeders" - אִמּוֹת־הַקְּריאָה. Wanneer deze letters geen klinker dragen, worden ze ook niet uitgesproken. Ze worden geschreven om het lezen te vergemakkelijken. Ze duiden de voorafgaande klinker aan.
B.v. לא - lo; מָעָא - matsa; לָמָה - lama; תֵּה - tee
נִיר - nier; מי - mie; טוֹב - tov; בּוֹקֶר - boqer

Emfatische klanken
De letters ט (scherpe t), צ (ts) en ק (scherpe k of q), zijn klanken, die zeer scherp zijn. De huidige uitspraak, zoals in de transcriptie weergegeven, wijkt erg af van de oorspronkelijke uitspraak in de bijbelse tijd.

Lipletters
Lipletters zijn ב, ו, מ, פ, ook wel BOeMaF genoemd. Deze letters hebben invloed op de klinker van het voegwoordje וְ - wᵉ (= en), dat als voorvoegsel vastgeschreven wordt aan een woord. Wanneer - וְ voor een woord komt dat met een van de BOeMaF- letters begint verandert de - וְ wᵉ in -וּ - oe (zie ook les 6).
B.v. מִסְפָּר + וְ - mispār (= getal, nummer) wordt וּמִסְפָּר - oemispār רוּת וּמִרְיָם - Ruth oeMirjām, maar: מִרְיָם וְרוּת - oe oeMirjām weRuth

Begadkefat-letters
Het Hebreeuws heeft bepaalde letters die een dubbele uitspraak hebben, nl. een harde en een zachte uitspraak.
Dubbele uitspraak hadden oorspronkelijk (in het Bijbels Hebreeuws) de volgende zes letters: ב , ג , ד , כ , פ , ת. Deze letters noemt men de Begadkefat-letters.
(De klssiek Hebreeuwse grammatica kent een aantal van dit soort geheugensteuntjes als "ezelbruggetje" om bepaalde zaken aan te duiden en te onthouden.)
Van de zes "begadkefat-letters" hebben alléén de כ , ב en de פ het onderscheid tussen harde en zachte uitspraak behouden. Bij de ד , ג en de ת ging dit onderscheid verloren, al wordt in gevocaliseerde teksten (dat zijn teksten met klinkertekens e.a.) de oorspronkelijk harde uitspraak van al deze zes letters tóch nog aangeduid (door middel van een punt binnenin de letter - dages Qal). Tegenwoordig hebben alléén de כ , ב en de פ een dubbele uitspraak. De dubbele uitspraak van deze drie letters is een belangrijk punt in de klankleer van het moderne Hebreeuws en moet daarom duidelijk naar voren komen, zowel schriftelijk als mondeling.

De dagesh
Dagesh is de benaming voor het puntje dat binnenin een letter wordt geschreven. Er zijn twee soorten dagesh: een "dagesh Qal" (= lichte dagesh) en een "dagesh Ḥāzāq (= sterke dagesh).

Dagesh Qal - דָּגֵשׁ קַל
Dit is de begadkefat-dagesh, het dagesh-puntje dat geschreven wordt binnenin ב , ג , ד , כ , פ , ת letters. De aanwezigheid of het ontbreken van deze dagesh heeft invloed op de uitspraak van de letters ב , כ , פ.
De regels voor de dagesh Qal komen hierna.

Dagesh Ḥāzāq-דָּגֵשׁ חָזָקā
Dit is de verdubbelende dagesh. Wanneer dit dagesh-puntje binnenin een letter komt, is deze letter verdubbeld. Deze dagesh valt niet weg bij verbuiging van het woord. Dagesh Ḥāzāq komt altijd na een korte klinker zonder klemtoon. Dit op voorwaarde dat de letter waarin de dagesh komt, een klinker (of hoorbare sjewa) draagt. Wanneer er een letter zonder klinker is (dus ook bij een stomme sjewa) krijgt deze letter geen dagesh Ḥāzāq.
voorbeelden: miṭṭāh- מִטָה ; miṭrijjāh- מִטְרִיָּה ; soellam- סֻלָּם
maqqel- מַקֵּל ; maṭliet- מַטְלִית ; sjoelḥān- שֻׁלְחָן

De keelletters א , ה , ח, ע, ר krijgen nooit dagesh Ḥāzāq. Wanneer er volgens regels dagesh Hazaq moest zijn i.p.v. de verdubbeling, verandert de korte klinker vooraf in een langere klinker.
B.v. simmen - סִמֵּן ; berech - בֵּרךְ ; mᵉlammed - מְלַמֵּד; mᵉvarech - מְבָרֵךְ
Dagesh Ḥāzāq bij de begadkefat-letters valt niet weg en behoudt de harde uitspraak.
Het ontbreken van de dagesh bij de letters ב , כ en פ duidt op een zachte uitspraak. Dit geeft het volgende schema:

Harde uitspraak
Transcriptie
Zachte uitspraak
Transcriptie
בּ = b
b
ב = v
v
כּ = k
k
כ = g
ch
פּ = p
p
פ = f
f

Opmerkingen:
De zachte כ (= ch) wordt uitgesproken zoals meestal de ח (= ḥ) uitgesproken wordt, d.w.z. als de Nederlandse "g".
De uitspraak van de zachte ב (= v) is als de Nederlandse "w".

Regels voor de dagesh Qal
De harde en de zachte uitspraak van de begadkefat-letters:
1. Aan het begin van een woord is een begadkefat-letter altijd hard.

B.v.: בֵּן - ben - zoon  
  בַּת - bat - dochter  
  בֹּקֶר - bóqèr - ochtend zie opm. 1 en 3
  כֶּסֶף - kèsèf - geld, zilver zie opm. 1 en 2
  כְּ - k - als, zoals  
  כַּף - kaf - handpalm, lepel (zie opm. 2
  פֹה - poh - hier  
  פּוֹעֵל - po'el - arbeider  

2. Aan het begin van een lettergreep - na een stomme sjewa - is een begadkefat-letter altijd hard. Bij de letters ב , כ en פ is de harde uitspraak bijzonder hoorbaar.


B.v.: מַלְכָּה - malkāh - koningin  
  מַטְבִּיל - maṭbiel - doper  
  מִטְבַּח - miṭbāḥ - keuken  
  מִסְפָר - mispār - getal, nummer  
  מִכְתּב - michtāv - quarataine  
  הֶסְגֵּר - hèsğer - als, zoals  
  אֻשְׁפַז - 'oesjpaz - werd in ziekenhuis opgenomen  
  מִגְדָּל - miğdāl - toren  

3. Een verdubbelde begadkefat-letter (verdubbeling aangegeven door middel van de dagesh Ḥāzāq) is altijd hard.


B.v.: בַּבַּיִת - babbájit - thuis (zie opm. 1)
  מַפָּה - mappāh - tafelkleed, landkaart  
  קִבּוּץ - qibboets - collectieve nederzetting  
  סֻכָּה - soekkāh - hut, loofhut  
  סִבּוּךְ - sibboech - complicatie (zie opm. 4)
  סִפּוּר - sippoer - verhaal  
  סַכִּין - sakkien - mes  
  קַבָּל - qabbāl - ontvanger (elek.)  

4. Na een lange klinker en na een hoorbare sjewa is een begadkefat-letter altijd zacht.


B.v.: כָּבֵד - kāved - zwaar  
  גַּנָּב - gannāv - dief  
  סֵפֶר - séfèr - boek (zie opm. 1)
  אָב - āv - vader  
  עוֹף - 'of - vogel, gevogelte (zie opm. 2)
  נָכוֹן - nāchon - juist, waar, niet waar?  
  תֵּכֶף - techèf - spoedig, dadelijk (zie opm. 3)
  גְּבִינָה - ğᵉvienāh - kaas  

5. Wanneer begadkefat-letters niet meer aan het begin van een woord staan door het gebruik van voorvoegsels, valt de dagesh Qal weg. wanneer het voorvoegsel een lidwoord van bepaaldheid of een samenstelling daarvan is - in welk geval de dagesh Qal verandert in een dagesh Hāzāq - blijft de uitspraak hard (zie ook les 5 en les 8). Zowel eigennamen, ook van landen en woonplaatsen e.d., als verbogen naamwoorden zijn al bepaald en kunnen geen lidwoord van bepaaldheid of samenstelling daarvan krijgen. Daarom zijn voorvoegsels in deze gevallen altijd onbepaald en begadkefat-letters die volgen zacht. B.v.:
גַּן - ğan - tuin; בְּגַן bağan - in een tuin; בַּגַּן - bağğan - in de tuin
בַּיִת - bajit - huis; בְּבַיִת - bevajit - in een huis; לְבַיִת - levajit;
בַּבַּיִת - in het huis, thuis; לַבַּית - labbajit - naar het huis
כָּמוֹנִי וְכָמוֹהוּ - kāmonie wᵉchamohoe - zoals ik en zoals hij;
כָּמוֹהוּ וְכָמוֹנִי - kamohoe wᵉchamonie - zoals hij en zoals ik
תֵּל־אָבִיב - Tel-Aviv; בְּתֵל־אָבִיב - beTel-Aviv - in Tel-Aviv;
לְתֵל־אָבִיב le Tel-Aviv - naar Tel-Aviv
בַּת־יָם Bat- Yām; בְּבַת־יָם - beVat- Yām; לְבַת־יָם - leVat-Yām
בֵּיתּי - bejtie - mijn huis; לְבֵיתִ levejtie - naar mijn huis

Opmerkingen:
1. Het teken ` in de transcriptie geeft de klemtoon aan; de klemtoon wordt later behandeld. Dit teken komt op de volgende wijze boven de transcriptie van de segol (ֶ = è) te staan: ẻ.

2. Dit woord eindigt op een "pe" (= slotletter: ף ). Daar deze letter op een klinker volgt is hij zacht.

3. De 1è in de transcriptie van dit woord is de weergave van de segol ( ֶ ); dit niet verwarren met klemtoonteken ('),

4. Dit woord eindigt met de slot kaf (= ך); de twee puntjes in deze slotletter hebben niets te maken met de sjewa en worden hierin geplaatst om verwarring met de slot nun (ן) te voorkomen.
Daar deze letter op een klinker volgt is hij zacht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug