Hebreeuws

Tenach 1 תנייך

Inleiding
De Heilige Schrift van het O.T. is door de eeuwen heen en bij zijn rondgang door de meest uiteenlopende landen, gebieden en plaatsen, op verschillende wijzen en onder verschillende benamingen aangeduid. De vroegste en meest verbreide benaming was "Hassefariem" (הַסּפָרִים) - de boeken), zoals men gebruikt vindt in het boek Daniël (9:2). Deze benaming werd door de Griekssprekende joden letterlijk vertaald met "Biblia" (τάβιβλία), waardoorlater - via het Latijn - de zo ingeburgerde term "Bijbel" ontstond.
Een andere benaming die vooral ná de middeleeuwen gebruikt werd is "Sifrei haqqodesh" (סִפְרֵי הַקֹּדֶשׁ - de Heilige Boeken). In zowel Rabbijnse als in Christelijke geschriften men het O.T. ook vaak aangeduid met de woorden "Kitvei haqqodesh" (כִּתְבֵי הַקֹּדֶשׁ - Heilige geschriften). Hiernaast bestond ook de aanduiding "Hakkatoev" (- de Schrift) die tevens in het meervoud "Hakketoeviem" ( הַכְּתוּבִים - de schriften) gehanteerd werd (1).Verder werd in Rabbijnse kringen de term "Miqra" (מִקְרָא - lezing/het gelezene) gebruikt, een benaming die in de middeleeuwen zeer veelvuldig gebezigd werd onder de joodse mensen. Hiernaast is de uitdrukking "Tenach" een benaming voor het O.T., die erg algemeen en bekend is.

Tenach
De term "Tenach" als aanduiding van het O.T. komt men in het jodendom - ook wel daarbuiten - zeer vaak tegen.
Het is een letterwoord (acroniem), gevormd uit de beginletters vande drie woorden "Torah" (= Wet), "Nevi'iem" (= Profeten) en "Ketoeviem" (= Geschriften); in Hebreeuws:
תוֹרה , נְבִיאִים וּכְתוּבִים.
Daar het Hebreeuwse schrift alleen maar uit medeklinkers bestaat, vormen deze drie letters - T ( ת ), N ( נ ), K ( ך ) (2) - de basis van het woord "Tenach". Bij de uitspraak voegt men de klinkers e en a hiertussen, of twee maal de a, zodat in het eerste geval "Tenach" en in het tweede geval "Tanach" resulteert. (3) De eerste uitspraak is echter de meest gebruikte.

Met de term "Tenach" duidt men aan het geheel van het Hebreeuwse O.T. (4), namelijk: de Wet, de Profeten en de Geschriften. Deze drie onderdelen vormen te zamen de Heilige Schrift (5). Men spreekt alleen over "Tenach" met betrekking tot het O.T. in de Hebreeuwse (en gedeeltelijk Aramese) grondtaal. Betreft het een vertaling (= versie) van het O.T., dan wordt de term "Tenach" niet toegepast.

Canon
De term "canon" is voortgekomen uit het Griekse woord kanon (χανών) en betekent: regel, richtsnoer, norm, maatstaf, wet, model, grens. Men vindt dit woord in een meer oorspronkelijke, vroegere betekenis in b.v. Ezechiël 40:5. Met betrekking tot het O.T. duidt het woord "canon" de opsomming aan van de door God geïnspireerde, geopenbaarde en overgeleverde heilige boeken, ter onderscheiding van alle andere, niet-Goddelijk geïnspireerde geschriften (6). De woorden van Psalm 19:8,9 laten duidelijk enkele kenmerken zien van de canonieke, Goddelijk geïnspireerde Schrift: recht, zuiver, verlichtend, rein, eeuwig, waarachtig, rechtvaardig. Voor velen is de Heilige Schrift daarom de betrouwebare rots waarop men staat en de onuitputtelijke bron van leven, hoop, geloof en kennis.

De heilige canonieke boeken vormen te zamen een gesloten corpus, een geheel, waaraan niets mag worden toegevoegd en waarvan niets mag worden weggelaten.
De Canon is "heilig, onaantastbaar en gezaghebben".

In de tweede eeuw na Chr. was het woord canon ingeburgerd in de Christelijke wereld, om later in de vierde eeuw na Chr. door de Kerkvaders te worden toegepast op de Heilige Schrift. Hoewel "canon"geen echt Hebreeuws woord is, noch een juiste, exacte vertaling heeft in de joodse bronnen, spreekt men in joodse kringen wél over de Canon en de canonieke boeken. De uitdrukking :Sefāriem ḥitsoniem" (סְפָרִים חִיצוֹנִים = buitenstaande boeken) is het tegenovergestelde van canonieke boeken; hiermee worden de profane, buiten de Canon staande boeken bedoeld (7).

De joodse traditie schrijft de afsluiting van de Canon toe aanEzra (8). Ezra was een welgezien man aan het Perzische hof en ontving van Artaxerxes de nodige middelen om de terugkeer van de joden uit Babylonië naar Jeruzalem mogelijk te maken. In 458 v. Chr. vindt deze terugkeer plaats onder Ezra's persoonlijke leiding. Deze geschiedenis vinden wij in het Bijbelboek Ezra, hoofdstukken 7, 8.

In Jeruzalem schreef Ezra de twee boeken Kronieken, het boek dat zijn eigen naam draagt en een deel van het boek Nehemia. Hij herzag en verzamelde de boeken van de wet, de Profeten en Geschriften, die vandaag de Canon vormen. Hij deed dit, bijgestaan door Nehemia en de mannen die de כְּנֶסֶת הַגְּדוֹלָה "Grote Synagoge" (Vergadering)

De orthodoxe joden hebben Ezra's Canon altijd als gezaghebbend beschouwd en hebben latere toevoegingen nooit aanvaard. De joodse geschiedschrijver Flavius Josephus schrijft, dat sinds Artaxerxes (424 v. Chr.) niemand ooit nog iets heeft toegevoegd aan of weggenomen uit deze opsomming van de canonieke boeken.

Belangrijk is, dat deze Canon niet de Apocrifa - dat zijn de niét-God-delijke geïnspireerde boeken - omvatte (9). Het orthodoxe jodendom heeft deze apocrifa nooit aanvaard of opgenomen in de Canon, daar zij alléén waarde hechtte aan en trouw bleven aan de Goddelijk geïnspireerde en geopenbaarde boeken.

De Canon bestaat uit de reeds genoemde drie delen: Torah (Wet) Nevi'iem (Profeten) en Ketoeviem (de Geschriften).

Torah: de Wet
De Torah bestaat uit de vijf boeken van Mozes (10) en wordt ook de PENTATEUCH (eu als ui uitpreken) genoemd. Deze naam is afgeleid van de Griekse woorden pente (= 5) en teuchos (= boekrol).
De vijf boeken van Mozes zijn:
GENESIS- Wording. Vertelt o.a. over de Schepping van alle natuur: hemel,aarde, dier en plantenrijk en de mens als laatste en belangrijkste van al het geschapene; over de Aartsvaders en hun omzwervingen en het ontstaan van het volk Israël.
EXODUS - Uittocht. Beschrijft de uittocht uit Egypte, waar het volk Israël in slavernij leefde.
LEVITICUS - Wetten voor de Tempeldienst.
NUMERI - Telling,bepaalde wetten en voorschriften e.a.
DEUTERONOMIUM - Herhaling van de Wet.
De Hebreeuwse namen van deze boeken worden door het eerste hoofdwoord in de beginzin van elk boek (m.u.v. het vierde boek, waar men bijna één van de laatste woorden nam uit de beginzin van het boek). Zo krijgt men:

Bereshiet (בְּרִאשִׁית ) = "in het begin"
Shemot (שְׁמוֹת ) = "namen"
Wayyiqra' (וַיִּקְרָא ) = "Hij riep" (onderwerp hier is God)
Bemidbar (בְּמִדְבַּר ) = "in de woestijn"
Devariem (דְּבָרים ) = "woorden".
Het is zeer nuttig de Hebreeuwse namen van de eerste vijf Bijbelboeken te kennen.

Nevi'iem: de Profeten
De profetische boeken dragen - m.u.z. Richteren en 1 en 2 Koningen, - de naam van de schrijver van het desbetreffende boek (10). De profetenboeken bestaan uit twee delen: de vroegere (rishoniem) en de latere ('acharoniem). De latere profeten worden op hun beurt onderverdeeld in de grote en de kleine profeten. Deze laatste onderverdeling heeft niets te maken met inhoud of belangrijkheid, maar slaat alléén op de omvang van de desbetreffende profetische geschriften.
De vroegere of eerste profeten vormen vier boeken: Jozua, Richteren, 1 en 2 Samuël en 1 en 2 Koningen.
De latere profeten bestaan ook uit vier boeken. De drie grote profeten hebben elk één boek geschreven, terwijl de 12 kleine profeten hebben elk één boek geschreven, terwijl de 12 kleine profeten te zamen één boek vormen. (Zie voor de namen van deze boeken het volgende overzicht van de Canon.)

Ketoeviem: de Geschriften
Deze boeken worden ook de Hagiografa genoemd, afgeleid van de Griekse woorden 'agios (= heilig) en grafo (= schrijven). De Ketoeviem zijn bij elkaar elf boeken en worden als volgt onderverdeeld: de poëtische boeken, de Megillot en het boek van Daniël.

Poëtische boeken: Psalmen, Spreuken en Job. Het feit dat deze drie dichterlijke boeken als zodanig worden geklssificeerd in de Canon, betekent niet dat in de andere boeken geen poëzie te vinden zouden zijn. Het tegendeel is waar! Zo bevatten b.v. de profetische boeken vaak zeer verheven poëtische stukken.

De Megillot: (מְגִלּוֹת = boekrollen). Deze benaming is de meervoudsvorm van het Hebreeuwse woord megillāh (מְגִלָּה = boekrol). De Megillot omvatten vijf korte, bijzonder mooie geschriften: Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker en Esther.

Het boek Daniël, de geschriften van Ezra en Nehemia, die samen één boek vormen en het boek van 1 en 2 Kronieken.

Overzicht van de boeken, die de Canon vormen:
  Genesis (1 boek)    
  Exodus (1 boek)    
Torah Leviticus (1 boek) (samen 5 boeken)  
  Numeri ( 1 boek)    
  Deuteronomium (1 boek)    
         
    Jozua (1 boek)  
  Vroegere profeten Richteren (1 boek)  
    1 en 2 Samuël (1 boek)  
    1 en 2 Koningen (1 boek)  
         
      Jesaja (1 boek)
    Grote profeten Jeremia (1 boek)
      Ezechiël (1 boek)
         
      Hosea  
      Joël  
Profeten     Amos  
  Late profeten   Obadja  
      Jona  
    Kleine profeten  Micha (samen 1 boek)
      Nahum  
      Habakuk  
      Zefanja  
      Haggaï  
      Zacharia  
      Zacharia  
      Maleachi  
         
    Psalmen (1 boek)  
  Poëtische boeken Spreuken (1 boek)  
    Job (1 boek)  
         
    Hooglied (1 boek)  
    Ruth (1 boek)  
Geschriften Megillot  Klaagliederen (1 boek)  
    Prediker (1 boek)  
    Esther (1 boek)  
         
    Daniël (1 boek)  
    Ezra/Nehemia (samen 1 boek)  
    1 en 2 Kronieken (samen 1 boek)  
De Canon van de Hebreeuwse Bijbel telt zo een totaal van 24 boeken (11), die door de eeuwen heen het "Volk van het Boek" hebben geleid.


  Gn. = Genesis
  Ex. = Exodus
Torah Lv. = Leviticus
  Nu. = Numeri
  Dt. = Deuteronomium
     
  Joz. = Jozua
Vroege profeten Ri. = Richteren
  Sam. = Samuël
  Kon. = Koningen
     
  Jes. = Jesaja
Grote profeten Jer. = Jeremia
  Ez. = Ezechiël
     
  Hos. Hosea
  Jo. Joël
  Am. Amos
  Ob. Obadja
  Jona Jona
Kleine profeten Mi. Micha
  Na. Nahum
  Hab. Habakuk
  Zef. Zefanja
  Hag. Haggaï
  Zach. Zacharia
  Mal. Maleachi
     
  Ps. Psalmen
  Spr. Spreuken
  Job Job
  Hoogl. Hooglied
  Ruth Ruth
Geschriften Kl. Klaagliederen
  Pred. Prediker
  Esth. Esther
  Dan. Daniël
  Ezra Ezra
  Neh. Nehemia
  Kron. Kronieken

Noten Judaica
(1) De twee laatste benamingen zijn ook in het Grieks vertaald (θί γᵨαφαί en γᵨάμματα) en worden in het N.T. veel gebruikt, zoals b.v. in 2 Timotheus 3:15,16; Romeinen 4:3; Johannes 7:38.
(2) Daar de כ de laatste van deze drie letters is in het zo gevormde woord, gebruikt men hier de slot-kaf.
(3) Bij het tussenvoegen van deze klinkers wordt de ך door de invloed van de voorafgaande a als een ch uitgesproken.
(4) Hoewel het overbodig lijkt te spreken over het "Hebreeuwse O.T." - er is immers maar één O.T. - wordt met deze uitdrukking duidelijk gemaakt dat het hier alléén gaat om de canonieke boeken, zonder toevoeging van andere geschriften zoals men in sommige versies van het O.T. kan vinden.
(5) In het N.T. vindt men dit gebruik van een drievoudige indeling ook, b.v. in Lukas 24:44,45, waar de Psalmen genoemd worden in plaats van de Geschriften.
(6) Met betrekking tot het N.T. wordt het woord "kanon" op gelijke toegepast en gebruikt. Men vindt het woord kanon daar o.a. in 2 Korinthe 10:13,15,16; Galaten 6:16.
(7) Deze uitdrukking vindt men in het Bijbelboek dat zijn naam draagt. In Ezra 7:6,10 lezen wij dat hij een vaardig schriftgeleerde en oudsten van het joodse volk die samen de hoogste gezagdragende instelling vormden.
(9) Via de rond 285 v. Chr. tot stand gekomen Griekse vertaling van het O.T. - de Septuagint (LXX) - waarin de apocrifa wél zijn opgenomen, kwamen deze niet canonieke boeken ook in latere vertalingen, zoals de Vulgaat.
(10) Wanneer van een canoniek boek de schrijver wordt genoemd, wordt hiermee bedoeld dat deze persoon het desbetreffende boek door Goddelijke inspiratie ingegeven schreef.
(11) Wegens andere indeling tellen versies die wél gelijke inhoud hebben, zoals het protestantse O.T., een ander aantal boeken.



Terug